Een blikje misère met Rosa #2

Of: De Schreeuw (het helpt)
[Uit het Boek van Blas]
Rosa liet me foto’s zien van vroeger. ‘Toen was ik nog mooi.’ Ik staar naar een klein zwart-wit kiekje met een stralend meisje van een jaar of 14, voor het huis waar we nu zaten. Sprankelende ogen, een ondeugende grijns, gitzwart haar in twee vlechten over een geblokte schortjurk. Op de achtergrond een schelle kreet uit het TL verlichte keukenraampje van Rosa’s huis. ‘Toen kon ik nog lachen.’ Grijnsde ze. ‘Toen had ik nog tanden.’ Ik realiseerde me nu pas dat Rosa niet zo vreemd sprak en grijnsde omdat de vorm van haar bovenlip niet anders toeliet, maar omdat ze geen tanden meer had. Ze wachtte al weken op een lift van Manolo naar Ronda, waar in het tandenlab van haar achterneef een fonkelnieuw gebit op haar lag te wachten. Ik bood haar een lift aan naar Ronda. Het zou haar goed doen, tanden. Ze weigerde en wuifde haar tanden weg.
Iemand met overslaande stem kondigde aan te moeten plassen en een mannenstem eiste bulderend een fles bier en de afstandsbediening. Zuchtend stond Rosa op, mij met haar zwart-wit jeugd achterlatend.
Rosa was de laatste weken nog meer aan huis gebonden dan ze al was. Haar vrijgezelle broer Manolo de Geitenhoeder was van de trap gevallen. Op zich nog niet zo heel ernstig, was het niet zo geweest dat hij met een touw om zijn middel vast zat aan zijn 80-jarige moeder, die daardoor haar heup en daarna Manolos schedel gebroken had. Rosa’s moeder die zwaar dementerende was, maar nog de lichamelijke kracht van een paard had, zat 24/7 met een touw vastgebonden aan een van de familieleden, omdat ze anders het ravijn in sprong om te gaan plassen of zomaar bloot het bos inliep. Nee, mantelzorgen voor je dementerende moeder in de bergen is geen kattenpis, met al die gevaarlijke afgronden en dwaalpaadjes. 
Het was altijd misère bij Rosa thuis, maar nu was het wel heel erg. Haar man Juan had zich –heel slim- tijdelijk teruggetrokken in de geitenstal van zijn schoonbroer om de geiten waar te nemen en weg te zijn van het familiehuis. Haar oudste zoon werkte doordeweeks aan de Costa en haar jongste vulde Rosa’s spaarzame gaatjes in de tijd met puberterreur van het ergste soort.
Zuchtend kwam ze weer naast me zitten op het stoepje en trok een blik bier open. Het was doodstil in de keuken. De nacht was prachtig en we zwegen wel vaker, maar Rosa’s zwijgen had opeens iets onheilspellends. De luchtdruk om haar heen kon veranderen als bij een plots opduikende bergstorm. Als ze op dat moment verteld zou hebben dat ze haar moeder en broer eeuwig tot zwijgen zou hebben gebracht, was ik niet verbaasd geweest. Ze pakte het fotootje uit mijn hand, zoog alle stilte in een ademteug naar binnen, gooide haar hoofd in haar nek en schreeuwde oorverdovend hard in de stilte.
Uit het keukenraam klonk een benauwde stem: ‘Zeg, wat was dat nou?’ Het was Rosa’s broer. Gelukkig. Ze leefden nog. En Rosa grijnsde: ‘Moet je ook eens doen, het helpt.’ 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s