De datemonologen #3 – Wat doen de mannen raar

br

De interessante gesprekken zijn niet alle dagen voorhanden. Gesprekken met mensen op De blauwe planeet zijn soms net zo inspirerend als een boek van Rien Poortvliet en soms zo bizar fout als een strip van Fokke & Sukke.

De dommige vrouwenhater:

 

‘Hi, ben je bloot?’

‘Nee, het vriest hier idioot’

‘Ok, jammer’

‘Introduceer je je altijd zo elegant bij vrouwen?’

‘Ojee ben jij er zo eentje’

‘?’

‘Zo’n bijdehantje, zo’n antimannenvrouw’

‘Dat schrijf je met een d’

‘Zo eendje’

De creatieve niet-match:

‘Hi, ik weet dat we totaal geen match zijn, maar je leek me toch de moeite om even aan te spreken.’

‘Dat vind ik aardig van je, maar sorry, jij bent totaal niet mijn type, dus die computer zou wel eens gelijk kunnen hebben.’

‘Ok, jij bent ook totaal niet mijn type, dan hebben we dus toch een match’

‘Haha, ik denk het niet, fijne avond verder.’

Mag ik je telefoonnummer, misschien val je als een blok op mijn stemgeluid.’

De humorloze:

‘Hi, ben je in het echt ook zo ontzettend leuk?’

‘Nee, in het echt heb ik een rotkarakter, een baard en een hele grote neus, maar dat zet je natuurlijk niet in zo’n profiel.’

‘Klik’ (geblokkeerd)

 

De wanhopige eenzame

Dan is er opeens een eenzame soldaat Bobby uit Batton Rouge. Hij poseert op een tank met een camouflagepak aan, ergens in een woestijn. Hij kijkt ietwat wezenloos in de lens. Ik vermoed dat hij wil duidelijk maken dat hij PTS heeft, of in elk geval zich niet lekker voelt in dat hete camouflagepak. Voordat ik zijn profiel en lange mail ga lezen, scharrel ik snel even Janis Joplin op en trek een fles wijn open. Me and Bobby McGee schalt door mijn kamer en ik steek er een sigaret bij op.

Terug naar Bobby. Hij is non smoking geheelonthouder, streng Christen, tijdelijk gestationeerd in Duitsland en lonely, so Goddamn lonely. Hij zoekt een vrouw om mee naar huis te nemen. Nee niet hier opeten, meenemen naar Baton Rouge. Ja echt.

Ik zie mezelf zitten in een houten kerkje tussen de blanke Christenen en verliefd worden op een zwarte katoenplukker die vervolgens het dorp uitgejaagd wordt, zodat ik alsnog moet trouwen met Bobby, die het tankstation van zijn vader heeft overgenomen en ’s avonds konijnen gaat schieten met zijn neef Billy – out in de fields – jaja.

Nu weet ik zo niet veel van Baton Rouge, behalve dat Janis Joplin er samen met Bobby McGee een platte band kreeg en dat ze uiteindelijk toch in California terecht kwamen.

Ik zet in mijn zoekfilter: California.

Daar zit het betere werk ja; lichtgevende tanden, oude, leren surflijven, zonnige blonde puntjes en iedereen succesvol, sporty, healthy, foody, culti, arti en happy met het leven. Arme Bobby, hij had niet terug naar zijn moeder moeten gaan, maar met Janis in de auto naar California moeten afzakken. Liever aan de drugs en zand tussen de wielen van je rollerskates in de zon met je PTS, dan aan die stoffige weg op dat tankstation van je pa, tussen die blanke Christenen, tien kilometer buiten Baton Rouge.

Ik verwijder Bobby uit mijn mapje en klop het stof van de onverharde weg naar Baton Rouge van mijn ziel.

Weer terug in de koele meren des dates zwem ik naar Nederland. Daar kun je tenminste nog lachen met de mannen die raar doen.

‘Ping’ – een collega duikt voor me op. Ook altijd lachen..

Ik wil wegduiken, maar ben te laat. Hij heeft me al gespot.

‘Ow hi, jij hier?? WTF??’

‘Uh..ja…..en jij dan?’

‘Uh…research, ik schrijf een blog’

Hahahaha dat zal wel…..

‘Ja echt! Geloof me. Wacht ik stuur je een link.’

‘Hoeft niet, heb geen tijd om te lezen, te druk met daten.’

‘Ok, fijne avond verder.’

‘Ja jij ook, succes met het vinden van je date. 😉 ’

‘Ik doe RESEARCH voor mijn BLOHOG’

‘Haha….’

Klik.

(slik)

De date monologen #deel 2 – was ik maar reisleidster geworden

nightrain home

Ik hou van plekken die een tikje treurig zijn. Niet omdat ik een treurig mens ben, maar omdat ik op zulke plekken tussen de spleten in het beton, achter de afbladderende verflagen, de gesloten gezichten van vreemde mensen soms hartbrekende schoonheid ervaar. Deze schoonheid zit weliswaar verstopt achter een mislukte graffiti, in een regenplas met brommerdiesel en een doodgereden krant van gisteren, of in een gezicht van een vreemde dat zich heel even opent in een glimlach. Maar het zit er.

Ik ben zo’n type dat gaat dichten en driften van een deprimerende, verlaten havenkade, een roestige baggermachine of het missen van de laatste nachtaansluiting naar Limburg op Hoog Catharijne. Treurigheid is een klemmend bovenlichtje van mijn geest, dat ik soms open wrik om de gezapige warmte uit mijn luie zolder te laten verdwijnen.

Vandaag was ik op het Hoog Catharijne van de liefde; de datingsite. Ik riep de lege hal in: ‘Halloooooo schimmige wereld, zee vol drijfhout, woestijn vol fata morgana’s! Ik ben er weer.’ Vrolijke ik.

De eerste match die de matrixkoning mij op de deurmat knalde is niet onknap in gelaatstrekken maar wel heel klein. Ik bedoel echt klein. Heel.

Stop. Ho. Ik mag niet oordelen. Klein, groot, dik, dun, wie ben ik om deze aardige meneer te klein te vinden. Ook hij zelf had daar duidelijk over nagedacht:

Q: ‘What is the first thing people notice about you?’

A: ‘Well, most people think I’m quite a tall guy..’

Aan de rest van zijn profiel maak ik op dat hij het niet als zelf-spottende grap bedoelde. Hij wil met me flaneren in Gent. Gent is ver. Dus ik zet mijn filmische fantasie even in:

We kuieren door Gent in de februariregen. Hij met hakjes aan en ik op mijn platste gympen.

Ik heb de Pickle-Bob en rugzakfilters aangescherpt. Het werkt wel.

Eindelijk heb ik de hele stationshal voor mezelf. En dat zijn dan weer die momenten waarop ik wil dichten, muziek wil maken en alle treurige liedjes van Tom Waits in een klap zou kunnen verfilmen.

They all started out with bad directions. And the girl behind the counter has a tattooed tear. One for every year he’s away she said. Such a crumbling beauty.

Uit: 9th & Hennepin – Tom Waits

Ja. Daar word ik vrolijk van. Serieus vrolijk.

De paar naar heus leuk en heus echt neigende matches of bijna-matches stuurde ik mijn vorige blog. Wie niet lacht om mijn grappen is meteen klaar. Natuurlijke selectie. Beleefdheden zijn tijdrovend in deze wereld, had ik inmiddels begrepen. In koude stationshallen tenminste. En tevens meteen duidelijk dat ze niet te maken hebben met zomaar een standaard smachtend vrouwmens, maar met eentje met een mening, oren, ogen, een pen en een unieke not-to-get-methode.

Ongelooflijk effect heeft zo’n blogje. Je kunt net zo goed in een witte Hema-onderbroek tot onder je oksels de nachtclub ingaan – Of andersom: de Hema binnenlopen met alleen je tepelpiercings aan.

Maar ok, alles voor de research.

Heel soms kom ik een mens tegen met een mooie glimlach, of een wit paard.Ja echt! Er zijn mannen die zichzelf fotograferen op een wit paard! Een Noord Brabantse variant op een dwergpony vond ik ook wel sterk. Kleine mannen zijn vaak zo creatief om groter te lijken op de foto.

Eindelijk arriveert de eerste ochtendtrein. De stationshal stroomt vol mensen. De rolluiken van de koffietent rollen omhoog.

En de omroeper roept (om):

‘In verband met mogelijke sneeuwval, rijden er vandaag minder treinen.’

Het meisje van de koffie heeft moedervlek onder haar rechteroog. Heel even denk ik dat het een getatoeëerde traan is.

Ja hier word ik zo vrolijk van. Het leven is vurukkelijk. Je komt nog eens op plekken waar je niet dood gevonden zou willen worden.

Of such a crumbling beauty. 

(En daarom hou ik van ietwat treurige plekken)

PickleBob en de metrosexuele verstopping – een dialoog met mezelf

images (16)

Datingsites en 45+ers. Ik deed mijn schaamtekleed af en schreef me in. 

Ik bevind me sinds 48 uur in de krochten van andermans zielen, vreemde plannen, frustraties, lusten, rugzakken. Maar ook hele grappige, waarvan ik serieus van het lachen van mijn stoel val.

Ik ben ingelogd op OKcupid. Die is gratis en je kunt er partners zoeken uit alle exotische oorden ter wereld. Je vult ongeveer 5 miljoen vragen in en je matching-feest kan beginnen. Bij ‘matches’ zie je 2 cijfers boven de profielfoto: Matchpercentage in procenten en daarnaast in rood: het ‘niet-matchpercentage’. Ook belangrijk. Ik kan er om lachen, maar sophisticated en razendsnel is het systeem wel. Nog even uitzoeken hoe de filters werken, want ik heb zoveel matches dat ik ongeveer tot mijn 90ste kan daten.

Dat geeft geen hoop, maar wanhoop. Ik werd bij het zien van de aantallen ook meteen overvallen door een zware vermoeidheid bij de gedachte aan zo’n zoekklus.

Ik weet nog steeds niet precies wat ik verkeerd heb gedaan bij het invullen, maar binnen no-time kreeg ik een container mannen uit Texas, Parijs, Brussel, Londen, Rotterdam Noord en Kuwait die de meest stompzinnige openingszinnen hadden die ik ooit in mijn leven gelezen had.

”Hi, I’m PickleBob – Love your smile. Sent me a message if you like me too. Love to hear from you, Picklebob.”

Soortgelijke knallers kwamen ook van o.a. BigBlack78 (te jong) en LoveUBisexual en Amore4u50 (te oud?) en…PickleBob dus.

Ik bedoel, stel zelfs al is dit een ontzettende metroseksuele Antonio Bandoleras-achtige man. Met de naam PickleBob. Daar schiet je toch van in de kramp. Of stel je voor, je moet hem aan je getrouwde vrienden voorstellen op een verjaardagsfuif. Jongens, dit is PickleBob uit Texas. We hebben elkaar leren kennen op de datingsite waarover ik jullie vertelde. Ik zie een zwart gat voor me zonder sociaal leven en alleen met PickleBob in het noord Texas.

Tegen de tijd dat mijn fantasie uitgeblust is op PickleBobs obesitasprobleem, en BigBlack78 uit Luik eindelijk van mijn virtuele been heb geschud ben ik leeg en lusteloos en helemaal niet meer op zoek naar een man, een compliment of iets in die richting.

Kijk, het is wel heel komisch, maar ook van een grote treurigheid. Treurig komisch. En dat treurige overvalt me als ik uitgelachen ben en besef hoe veel mensen er jagen op eenzame mensen en hoeveel mensen zoals ik er lachen omdat iemand onzeker of lelijk, te dik of te dun is.

Nu ben ik een van hen. De anderen. De mensen die naar elkaar gluren en elkaar vanachter de anonieme beeldschermen aftasten, de kwade en de goede bedoelingen van elkaar proberen te scheiden, sommigen met een filter, een ander net te gulzig of met een leugen.

Het is heel mooi dat online dating bestaat en ik weet zeker dat er heel veel mooie relaties uit voortkomen. Maar het heeft voor mij vandaag een schaduwkant die verder gaat dan alleen fakeprofielen en sexjagers. Want hoe sophisticated ook, er rollen minstens zoveel leugens en teleurstellingen uit dit geniale systeem als echte liefde. En dat maakt het internet-daten een schemergebied, een casino voor de ziel – verslavend en een tikje gevaarlijk. Voor mij, maar ook voor die arme PickleBob uit Texas, die thuis geen meisje krijgen kan.

En fascinerend is het ook: miljoenen mensen die elkaar niet kennen en hunkerend naar iets rondzweven op het web. En sommigen zijn desnoods, als het dan toch niet wil lukken in het echt, al blij als er een vrouwmens aan de andere kant van de wereld iets leuks tegen ze zegt waar ze misschien wel de dag leuk mee doorkomen.

Een vriendin had me getipt om niet te ‘slim’ op mijn profiel over te komen. Ik hoefde niet dommig, maar ook niet zoals ik BEN, vond ze. Ik had nooit nagedacht over het verband tussen mijn handige hersens en het vinden van een partner en juist altijd gedacht dat het alleen maar goed is dat ik zo slim ben, omdat ik niet zo knap ben. Maar nee, ik moest knapper op de foto en dommer in mijn omschrijvingen en antwoorden. Te slim schrikt af en voila! Haar strategie werkte zo goed (of misschien nam ik het te letterlijk) dat ik amper twee uur nadat ik mijn virtuele contactpoort open gooide, alle mate nen soorten PickleBobs en BigBlack78’s van deze aarde in mijn postbus gekwakt kreeg. Tientallen!

Ik dobber vertwijfelt een uur rond in deze oceaan van sneuheid.

Wat is mijn rol, mijn doel ook alweer? Verhef ik mezelf boven ‘de anderen’ door er een beetje als een nep-antropoloog in te gaan zitten roeren en van bovenuit er naar te kijken? Dat is arrogant.

Wil ik me in die oceaan bevinden? Nee, ook niet. Dus ik lach wel om PickleBob, maar wie lacht er om mij?

Opeens, terwijl ik dit schrijf, een bericht in mijn liefdesmailbox. Het is de eerste man die er leuk en interessant uitziet en ook nog leuke dingen schrijft die het voorgenoemde level met mijlen overstegen. De match-statistieken ontploffen in mijn hoofd er bijna van, zelfs onze 17% niet-match lonkt als kerstverlichting. Ik laat PickleBob en mijn schaamte en doemdenkerij vallen als een baksteen en spoed me naar zijn profiel.

Kijk daar hebben we het al. Zo werkt het dus. De ‘trap’ is dat je net op het moment dat je wil kiezen voor afhaken in plaats van in die sneue oceaan verdrinken, valt er een type metroseksueel zo in je inbox en gelooft een mens weer spontaan in wonderen.  Hij is ook de eerste die zijn best heeft gedaan om een indrukwekkende eerste boodschap te formuleren. Van sneu gaan mijn filters op alert-stand: ik lees hersens, elegantie, interesse, humor, twijfel en gepaste afstand met voldoende prikkel.

Dus opeens ben ik de enige drenkeling in de sneue oceaan die een mooi stuk drijfhout vindt?

Zo snel kan dat gaan soms.

Maar toch. Tegen beter catfish-weten in heb ik mijn weak spots laten op-vlijen en probeer ik te verzinnen wat ik terug moet schrijven aan zoveel woordelijk evenwicht.

Bevind ik mij op de rand van het leugenravijn van een vreemdeling, of ben ik ook maar een mens dat goed wil ontmoeten en door zwemt?

Na een kop koffie weet ik het en ik schrijf terug:

 ‘Je hebt een leuke lach’ 

(ps: Ik meen het)