Een duimpje voor Narcissus

narcissus

Paco was meester in het opscheppen over zichzelf. In het dorp was iedereen er al lang aan gewend. Behalve dat hij in het verre Madrid gestudeerd had, decennialang voor de klas had gestaan van de dorpsschool en zichzelf daardoor als enige intellectueel van het dorp beschouwde, was hij ook fervent aquarellist, schrijver en speelde hij een redelijk partijtje flamencogitaar, kerkorgel en als het moest ook synthesizer – gevraagd en ongevraagd. Een van Paco’s stokpaardjes was dat hij Rainer Maria Rilke had ontmoet in Ronda, tijdens een wandeling in het Alameda; een moment waarop hij als jonge jongen besloot om ook een groot schrijver te worden.

Druk baasje, die kortbenige Paco en het was dan ook onvoorstelbaar dat je hem elke dag in de dorpskroeg aan de tap zag hangen, orerend tegen een stel ongeïnteresseerde dorpelingen die met een oog naar de stierengevechten op TV keken. Paco’s vrouw Maria was een bedeesde en altijd bezorgd kijkende vrouw die meestal in een huishoudschort rondliep en zich zelden in het openbaar vertoonde naast haar altijd lawaaierige echtgenoot sinds 1962. Toonbeeld van vlijt en verzorging, een vrouw met een groot talent voor het onzichtbaar bewegen in de grote schaduw van de kleine Paco. De dorpelingen waren er aan gewend; Maria was nu eenmaal schuchter en Paco maakte lawaai. Volgens Encarni waren Paco’s veel te korte beentjes reden voor zijn lawaaierige hoofd. Compensatiegedrag bij het ontbreken van lengte, was een bekend fenomeen in deze contreien, waar de mens nog geboren neigde te worden in middeleeuwse Moorse formaten, gedrongen borstkassen, korte nekken en dito benen. Encarni zou een geniale socioloog en antropoloog zijn, misschien wel een schrijver – als ze geen analfabeet zou zijn geweest – want ze toverde altijd geweldig geloofwaardige analyses tevoorschijn in gesprekken bij de bakker. Maar Paco was de kwaadste niet, volgens de meeste vrouwen. Voor hetzelfde geld, zei zijn buurvrouw Rosa, sloeg je man je elke avond bont en blauw – dan kon je maar beter met iemand als Paco getrouwd zijn, altijd druk (en vaak weg); een voornaam burger met voorname vrienden onder de intellectuelen en artistiekelingen in de hele streek.

Paco had zelfs twee boeken geschreven, gedrukt door zijn schoonbroer, die in de stad de familiedrukkerij runde. Het plaatselijke VVV-kantoortje had zich onder druk van de drammerige Paco een stapeltje boeken op de toonbank laten duwen en ik had in een moment van nieuwsgierigheid een exemplaar gekocht. Volgens het meisje van de VVV het eerste verkochte exemplaar sinds twee maanden. Het boek, waarop de cover een foto van de bolbuikige Paco in een strak wielrenpakje tegen de achtergrond van ons witte Moorse dorp en de grijze kliffen van El Riesgo, bleek een slaapverwekkende uiteenzetting van oninteressante observaties, gelardeerd door nog minder boeiende foto’s van steeds dezelfde Paco in steeds een ander landschap, steeds vanuit hetzelfde kikvorsperspectief gefotografeerd, waarschijnlijk door zijn vrouw.

Op een dag kwam ik Paco tegen bij de rivier, aan de rand van mijn land. Hij liep er een beetje quasinonchalant bij, alsof hij een verdwaalde wandeltoerist was. Maar aangezien hij een uiterst nauwkeurige passage had geschreven in zijn tweede boek, over het kleine riviertje, wist ik dat hij niet verdwaald was. Al snel had Paco zich babbelend aan mijn keukentafel gewurmd en zat hij met een kop koffie een eind weg te kletsen over zichzelf, zijn nieuwe boek en de teleurstellende opkomst van zijn laatste aquarellenexpositie en boeksigneersessie in het stadhuis, vanwege de hevige sneeuwval. Ik had in dit dorp nog nooit iemand zo opgelucht alle natuurverschijnselen zoals sneeuwval, hitte, Mistralwinden en bergverzakkingen zien aangrijpen zoals Paco, die weigerde in te zien dat lege zaaltjes nu eenmaal de hoge prijs waren voor het overschreeuwen van middelmatigheid. Er kwam nooit iemand naar zijn exposities, lezingen, signeersessies of optredens. Er luisterde nooit iemand naar zijn ellenlange en slaapverwekkende dorps- en feestspeeches, zijn saaie uiteenzettingen over zandweggetjes en strakblauwe luchten, zijn liedjes, zijn grappen. En er was geen hond in dit dorp dat zijn boek had gelezen of ooit zou gaan lezen.

En dat laatste was misschien wel Paco’s grote geluk. Want zonder publiek was er ook geen noot van kritiek en kon hij zichzelf als de ware Narcissus tot in de lengte der jaren laven aan zijn vermeende genialiteit, zijn schrijverschap, intellect en roem.

Bij het uitgaan, bleef Paco’s blik verrast haken aan zijn boek ”Memoires van een dorpeling deel 1”. ”Ga je mij in het Spaans lezen?” Vroeg hij, terwijl zijn grote gezicht bijna uit elkaar barstte in een poging zijn opwinding en vreugde te verbergen over het feit dat hij eindelijk een lezer had gevonden die twaalf euro over had gehad voor zijn memoires. Ik beloofde dat ik mijn best zou doen. ”Je kunt ook wachten op de vertaling.” opperde hij net iets te gretig. Paco wist en ik wist ook dat die vertaling er nooit zou komen. ”Zal ik het signeren?” vroeg hij terwijl het boek al in zijn handen had en zijn linkerhand een pen uit zijn borstzakje trok. ”Ja graag.” Loog ik.

Sinds die dag spraken Paco en ik nooit meer met elkaar. Wel stak ik – lafaard – altijd vrolijk mijn duim op als ik hem zag lopen in het dorp, in de hoop dat hij dat universele gebaartje zou opvatten als compliment voor zijn boek dat ik nooit had gelezen. Pas jaren later, toen Facebook haar intrede deed, begreep ik dat de wereld vol zit met Paco’s en halfbakken laf publiek zoals ik dat een duim opsteekt om de ander gerust te stellen.

Paco overleed in hetzelfde jaar waarin de wereld zich massaal op Facebook stortte en ook ons dorp dankzij een ijverige burgemeester met connecties in Madrid als een van de eerste dorpen in deze uithoek op het internet werd aangesloten. Rosa had hem gevonden langs de kant van het water, vlakbij mijn boerderij. Hij had zijn aquarellen-collectie en alle manuscripten van nooit afgemaakte boeken postuum geschonken aan het gemeentelijke museum, die de vijf kuub middelmatig levenswerk stilletjes in het depot en de vergetelheid begroeven. Zijn vrouw bloeide op en verhuisde naar een mooie flat aan de Costa del Sol. Maar dat zou hij allemaal nooit meer weten en dat was misschien beter ook.

Sommigen zeiden dat hij struikelde, anderen fluisterden dat het zelfmoord was. Ik hoopte dat Paco verdronk in een omhelzing met zijn eigen spiegelbeeld. Op die mooie plek aan het water, waar nu narcissen bloeien. Wie goed luistert, hoort de vage echo van Paco die op zijn synthesizer een vrolijke Paso Doble speelde. Want dat kon hij wel als de beste.

 

 

De datemonologen #3 – Wat doen de mannen raar

br

De interessante gesprekken zijn niet alle dagen voorhanden. Gesprekken met mensen op De blauwe planeet zijn soms net zo inspirerend als een boek van Rien Poortvliet en soms zo bizar fout als een strip van Fokke & Sukke.

De dommige vrouwenhater:

 

‘Hi, ben je bloot?’

‘Nee, het vriest hier idioot’

‘Ok, jammer’

‘Introduceer je je altijd zo elegant bij vrouwen?’

‘Ojee ben jij er zo eentje’

‘?’

‘Zo’n bijdehantje, zo’n antimannenvrouw’

‘Dat schrijf je met een d’

‘Zo eendje’

De creatieve niet-match:

‘Hi, ik weet dat we totaal geen match zijn, maar je leek me toch de moeite om even aan te spreken.’

‘Dat vind ik aardig van je, maar sorry, jij bent totaal niet mijn type, dus die computer zou wel eens gelijk kunnen hebben.’

‘Ok, jij bent ook totaal niet mijn type, dan hebben we dus toch een match’

‘Haha, ik denk het niet, fijne avond verder.’

Mag ik je telefoonnummer, misschien val je als een blok op mijn stemgeluid.’

De humorloze:

‘Hi, ben je in het echt ook zo ontzettend leuk?’

‘Nee, in het echt heb ik een rotkarakter, een baard en een hele grote neus, maar dat zet je natuurlijk niet in zo’n profiel.’

‘Klik’ (geblokkeerd)

 

De wanhopige eenzame

Dan is er opeens een eenzame soldaat Bobby uit Batton Rouge. Hij poseert op een tank met een camouflagepak aan, ergens in een woestijn. Hij kijkt ietwat wezenloos in de lens. Ik vermoed dat hij wil duidelijk maken dat hij PTS heeft, of in elk geval zich niet lekker voelt in dat hete camouflagepak. Voordat ik zijn profiel en lange mail ga lezen, scharrel ik snel even Janis Joplin op en trek een fles wijn open. Me and Bobby McGee schalt door mijn kamer en ik steek er een sigaret bij op.

Terug naar Bobby. Hij is non smoking geheelonthouder, streng Christen, tijdelijk gestationeerd in Duitsland en lonely, so Goddamn lonely. Hij zoekt een vrouw om mee naar huis te nemen. Nee niet hier opeten, meenemen naar Baton Rouge. Ja echt.

Ik zie mezelf zitten in een houten kerkje tussen de blanke Christenen en verliefd worden op een zwarte katoenplukker die vervolgens het dorp uitgejaagd wordt, zodat ik alsnog moet trouwen met Bobby, die het tankstation van zijn vader heeft overgenomen en ’s avonds konijnen gaat schieten met zijn neef Billy – out in de fields – jaja.

Nu weet ik zo niet veel van Baton Rouge, behalve dat Janis Joplin er samen met Bobby McGee een platte band kreeg en dat ze uiteindelijk toch in California terecht kwamen.

Ik zet in mijn zoekfilter: California.

Daar zit het betere werk ja; lichtgevende tanden, oude, leren surflijven, zonnige blonde puntjes en iedereen succesvol, sporty, healthy, foody, culti, arti en happy met het leven. Arme Bobby, hij had niet terug naar zijn moeder moeten gaan, maar met Janis in de auto naar California moeten afzakken. Liever aan de drugs en zand tussen de wielen van je rollerskates in de zon met je PTS, dan aan die stoffige weg op dat tankstation van je pa, tussen die blanke Christenen, tien kilometer buiten Baton Rouge.

Ik verwijder Bobby uit mijn mapje en klop het stof van de onverharde weg naar Baton Rouge van mijn ziel.

Weer terug in de koele meren des dates zwem ik naar Nederland. Daar kun je tenminste nog lachen met de mannen die raar doen.

‘Ping’ – een collega duikt voor me op. Ook altijd lachen..

Ik wil wegduiken, maar ben te laat. Hij heeft me al gespot.

‘Ow hi, jij hier?? WTF??’

‘Uh..ja…..en jij dan?’

‘Uh…research, ik schrijf een blog’

Hahahaha dat zal wel…..

‘Ja echt! Geloof me. Wacht ik stuur je een link.’

‘Hoeft niet, heb geen tijd om te lezen, te druk met daten.’

‘Ok, fijne avond verder.’

‘Ja jij ook, succes met het vinden van je date. 😉 ’

‘Ik doe RESEARCH voor mijn BLOHOG’

‘Haha….’

Klik.

(slik)