Laatste voorstelling. Wat schok det?

Uitnodiging Huiskamer Bios - Droomwijk - 21 nov-1

klik hier voor de trailer

 

Droomwijk, de allerlaatste voorstelling

Toen ik 10 jaar geleden een telefoontje kreeg van iemand met een bekende-beruchte Venlose achternaam die vroeg: ”Kin ik zo’n DVD-tje kaupe van die fillem euver Genuuje? En wat schok det?” wist ik nog niet dat ik voor een tientje een hele bevolkingsgroep van Venlo Noord, Zuid en Oost van een illegale kopie van mijn film Droomwijk zou voorzien. Een mooi staaltje organische distributie! Zelfregie in de meest elementaire variant.

De jongeman kwam de DVD dezelfde ochtend nog persoonlijk afhalen en betalen en heeft dezelfde middag nog zijn DVD-brandertje aangezet, zo bleek later. Zo iemand zouden ze bij L1 moeten aannemen, de distributie van mijn films zou er zeker wel bij hebben gevaren ”Ze hebbe mich auk gefilmp, met de kieluf, maar ik bin d’er neet ingekome.” zei hij alsof hij daarmee zijn mede-eigenaarschap van de film alvast wilde verdedigen.

Enkele jaren later kom ik mijn film weer tegen, deze keer in 8 delen geknipt en rechtstreeks van het tv-scherm opgenomen en op een buurt-Facebookpagina gezet door een andere ijverige inwoner, een hobby historicus. Ok, ik geef toe, het is natuurlijk hartstikke hufterig als mensen je werk illegaal kopiëren en al helemaal als ze het in stukken hakken en slecht kopiëren, maar alaaf. We zijn in Venlo, daar gebeuren dit soort dingen.

Als ik mijn eigen verliezen en irritatie niet meereken, gebeurt er hier wel iets heel komisch en moois! Namelijk, door die film wordt er een verhaal doorgegeven op de manier die helemaal past bij de doelgroep. De film maakt een reis van kofferbak naar DVD-brandmasjien, via tante Corrie en de kleinkinderen van Sjaan of Bear, de reis die het zou moeten maken. Ok, ik krijg er geen lintje of award voor, maar ik ben zelden zo trots geweest op een film als deze, al is het alleen maar vanwege de onvoorstelbare reizen die hij heeft gemaakt inmiddels.

In de tijd waarin ik Droomwijk maakte, was ik ervan overtuigd dat ik met deze film iets wezenlijks zou kunnen veranderen in het denken van ambtenaren en andere partijen in de wijk. Geen onbescheiden ambitie, tikkeltje naïef volgens sommigen, maar alaaf, ik kom uit Venlo en als je daar niet in je eigen sprookjes en ambities gelooft, komt er niks van de grond.

Het duurde even, 10 jaar om precies te zijn. Maar nu kan ik eindelijk met trots zeggen dat Droomwijk een geslaagde film was in een aantal opzichten. Hij belandde in collegezalen van verschillende universiteiten en post- academische opleidingen over stedelijke transitie; hij werd 4 x uitgezonden op L1 en 1 x op Omroep Venlo en heel goed bekeken. Hij trok de grote kerk in Venlo Noord vol buurtbewoners in 2008, waarna een spontane buurtparty in de Witte Kerk aansluitend. Een award in Hongarije en een plekje in het Urgenda programma van de erasmus Universiteit. De film werd in Amsterdam vertoond aan o.a. politie, maatschappelijke professionals en wijkprofessionals in programma’s rond wijktransities en burgerparticipatie.

Er werden in totaal 1.000 DVD’s verkocht exclusief een onbekend aantal vanuit de kofferbak van X. De serie Droomwijk in 8 delen op Facebook is 100-en keren gedeeld door bewoners en oud bewoners van de wijk.

En dat allemaal met NUL budget voor distributie, marketing, PR. Gewoon omdat het kan.

Met het dupliceren van mijn werk, ofwel het stelen van mijn auteurs- en distributierecht van deze film gooit de ongehoorzame burger zelf gewoon de Pyramide om. Een onbedoeld en spontaan kantelwerkje waar sociologen en nieuwerwetse beleidsmakers en misschien zelfs Jan Rotmans een beetje opgewonden van zou mogen worden: de eigenaar van die dure DVD-brand-toren en zijn grote familie en kennissen-netwerk staat hier bovenaan de pikorde; dan de bewoners die bepalen hoe en wanneer (en via welk kanaal) ze de film willen zien. En dan pas de ambtenaren die dit project wilden integreren in hun nieuwe visie op nieuwe visies, de woningstichtingen die dit project heel even omarmden vanwege het grote regie-loslaat-trend en het nieuwe authentieke communiceren-beleid. Hoe bottom-up wil je het hebben?

Het verhaal van de burger distribueert zichzelf. Gewoon vanuit de kofferbak en op de verjaardag bij tante Sjaan. Zonder verdienmodel, zonder risico’s op bestuurlijke ruzies of beleidsmakers-gekissebis, zonder plan of programma, praatje van de wethouder. Dat is mooi, want dat is hoe het is.

Cradle-to-Cradle pur sang als je het mij vraagt: je maakt een film en die wordt in het DNA van de stad opgenomen via het DVD-brandmasjien van X, die er nog vele jarige familieleden en buren blij mee maakte.

Woensdagmiddag zal de ALLERLAATSTE voorstelling zijn van Droomwijk. Tien jaar later. In de Witte Kerk in Venlo Noord, ofwel op plaats delict. Zo is de cirkel rond. Met dank aan Karin Bartels, de kunstenares die deze voorstelling organiseerde in kader van CALL.

Hoogleraar emeritus Jac Geurts, oud bewoner van de Venlose wijk en als socioloog in de film aan het woord, komt in levende lijve zijn Venlo-Noord verhaal vertellen ter intro. Een bijzondere middag met sterk verhaal gegarandeerd.

  • Woensdag 21 november
  • 14:00 uur
  • De Witte Kerk, Venlo Noord (Agnes Huijnplein)
  • 3 euro inclusief koffie of thee.

Neem je buurvrouw, je moeder of je tante of je reclasseringsambtenaar mee. En een zakdoek.

 

Loslaatrotsdag

 

blerick

In Cartjima was de dood dagelijkse kost. Al was het maar omdat het kleine, verhoogde bergkerkhof pal aan de ingang van het dorp lag. Elke dag zaten de dorpsoudsten op de grote rotsblok tegenover het kerkhofje elkaar en zichzelf op te warmen met herinneringen en roddels.

‘’Heb je gezien dat Maria bloemen bij Paco op het graf heeft gelegd gisteravond? Ze heeft wel lef.  Vertel het maar niet tegen Pepa!” De vetes, de familieruzies, de liefdesaffaires en roddels; als je dood was in Cartajima, leefde je nog jaren voort in de scherpe tongen van de roddelaars op de rots. Dat had wel iets geruststellends.

Het hoort erbij, die vervelende dood. En het went nooit. Mijn familie lijkt er de laatste jaren Airmiles voor te krijgen.

Ingeklemd tussen een jongen met te veel Axe en een meisje met een roze nepbontkraag dat al vanaf Helmond afscheid probeert te nemen van haar vriendje aan de telefoon, teleporteer ik mezelf tussen Eindhoven en Venlo op de rots van Cartajima met Blas en de twee Juans.

Op de rots werd nooit gehuild. We roddelden al onze tranen weg. En als iemand over die onzichtbare grens van venijn sprak, dan riepen de anderen: Over de doden niets dan goeds!

Als ik mijn ogen open, is de trein bijna leeg en rolt mijn eindbestemming, het station van Blerick binnen en ik ben blij dat ik niet met de auto ben gegaan vandaag.

Ik moet aan het werk, een interview filmen op oud, bekend terrein voor mijn nieuwe docu Tegenpolen in Blerick. Als ik de voetgangerstunnel uit loop, zoeken mijn ogen tegen beter weten in naar het grimmige welkom van de afwijzende koppen van de twee Juans en Blas. Geen rots in Blerick.

Herinneringen als regenplassen ontwijkend, laveer ik richting de straten van mijn jeugd. Hoofd op focus, geest op scherp, rugpijn en weemoed in de rugzak naast mijn camera. Aan de overkant steekt een oude man joviaal zijn hand op. Ik herken hem niet, maar hij heet vast Juan, Juan, of Blas.

Vandaag is mijn interviewthema loslaten. Van rotsen. Van mensen. Van oude levens. Komt dat even mooi uit.

 

 

 

Prima

hola.jpg

In een hechte, geïsoleerde gemeenschap is alles familie. Behalve ik. Dat vond ik in de beginperiode erg prettig. Je bent een ander diersoort – solitair en vrij van sociale plichten en druk, vrij van verleden en imago, verjaardagen, bruiloften en begrafenissen. Een soort vliegende eenhoorn tussen de taaie muildieren.

Het was nog in de tijd waarin ik de woorden soledad en solamente door elkaar haalde.

‘Heb jij een moeder dan?’ Antonio viel bijna van verbazing van zijn stoel toen hij het heilige M-woord uit mijn mond hoorde rollen. Ik kreeg er lol in, maar was minstens zo verbaasd dat hij daar zo verbaasd over was. ‘En nog drie zussen, een broer en een vader.’

‘Joder..’

Hij bekeek me alsof ik net een groot geheim had onthuld. ‘Joder, mujer…dát wist ik niet.’ Mompelde hij nog eens en stak een zwarte Ducado op en hief zijn flesje. ‘Chin Chin. A tu madre.’

Antonio wist niks van me, alleen dat ik kon hellingtrekken, uit het land van Kroijf en tulipanes kom, kon roken, praten en een bougie vervangen. Dat was al ruim de helft meer dan anderen in dit dorp van me wisten. Blijkbaar had hij nog niet met zekerheid vastgesteld dat ik van het menselijke ras was en als we een paar eeuwen zouden doorgraven, wellicht nog verre familie ook.

Een week later kwamen mijn ouders op vakantie. Hun allereerste vliegreis samen. Mijn allereerste familievisite. De moeder van de postbode omhelsde mijn vader alsof hij een lang verloren zoon was die terugkeerde uit een oorlog. Tranen. Mijn moeder had sjans van Paco de oude kastanje-zigeuner. ‘Zeg tegen je moeder dat ze vroeger een mooi vrouwtje moet zijn geweest.’ Ik heb de vrije vertaling gekozen. Ze bloosde. Een beetje mopperend.

De burgemeester kwam even persoonlijk een hand geven, de ober van La Farola, la Quinta en de twee venta’s langs de weg naar Ronda klopten me op mijn schouder alsof ik eindelijk de finish had bereikt van mijn familie-loze marathon. De lokale dorpsgek wurmde zich door een kiertje in de deur om mijn vader een snelcursus schreeuwen en schelden in het Spaans te geven. Mijn vader wurmde hem in het plat Venloos scheldend door hetzelfde kiertje weer naar buiten. Rosa speelde patience op het stoepje met mijn moeder, rokken op hun ronde bleke knieën, de kaarten tussen hen in op de koele steen. ‘Ze speelt vals, je moeder. Ik mag haar wel.’

We deden dingen die ik in mijn jeugd nooit gedaan had met ze: zwemmen in de rivier, picknicken, we zagen arenden en gieren, we maakten een kampvuur op de boerderij. Paseo in Ronda, werken in de tuin. Mijn moeder ving een kleine witte schorpioen op de rug van haar hand en zei: ‘Kijk nou wat parmantig dat staartje.’ En we gingen naar de Chinees. ‘Zijn er hier ook Chinezen???’ De Spaans sprekende buurt-Chinees ‘Hola’ in Ronda vonden ze minstens zo spannend als de hele grote klont Unesco-erfgoed eromheen.

Mooie mensen, mijn ouders. ‘Muy natural.’ Zei Juan van de Estanco. Het grootste compliment tegenwoordig.

Het afscheid viel zwaar. De moeder van de postbode huilde en vertelde mijn vader dat hij de knapste man was die sinds mensenheugenis in het dorp was geweest. Ze heeft nog weken over hem gepraat en mij om een foto gevraagd.

Antonio en de anderen konden daarna met een gerust hart weer verder wennen aan me. Nu ik geen vreemde familieboomloze vogelsoort bleek, maar gewoon een dochter, leek dat opeens stukken sneller te gaan. Vanaf de dag waarop mijn ouders weer naar huis keerden, noemde Antonio me Prima – nicht.

Ik vond het prima. (tranen)

Joder. Alles is familie.

AUTObioGRAFIE voor de last minute lezers

bf0d74545cb1f1887018ba4eb3ff716f images (2)

Op 6 maart 2015 a.s. zal tijdens het Blogbal de finale plaatsvinden van de ‘Blogger des Vaderlands’. De 12 genomineerden worden tijdens het Blogbal gekozen door het aanwezige lezerspubliek. Nu weet ik toevallig dat het voor de gemiddelde (niet in Amsterdam wonende) bloglezer – in mijn geval de grootste lezersgroep – geen ‘natuurlijke reactie’ is om en masse op vrijdagavond in de trein te springen voor een stem, een dansje en hotelletje in Amsterdam.

Omdat crowdfunding zo 2014 is, wil ik bij deze het CrowdHugging introduceren. U hoeft niets te doen. Behalve mijn onderstaande KLIK-bloemlezende-BIOGRAFIE voor de twijfelaars, mijn ver-weg-lezers, de vrijdagavondinstorters en thuisblijvers te lezen.  

(Daarna kunt u altijd nog beslissen om 6 maart om 21.00 uur een dansje te komen doen bij Arte et Amici op het Rokin te Amsterdam. Ik deel hugs uit bij de kapstokken links. Dus. )

Op haar 9e las ze stiekem de hele serie van Dostojevski en Kosinski met de zaklamp onder de deken. Ze besloot haar nachtmerries die volgden te verwerken in gedichten over haar overleden hond en won op haar 12e ‘Het Nationale Poezie Concours voor de jeugd’, zat op schoot bij juryleden Bob den Uijl en Remco Campert en won een onbeduidend dun boekje getiteld Mokusei van Cees Nooteboom die in de binnen-kaft schreef: ‘Voor Tanja, Neerlands nieuwe dichteres.’

Over dit hoogtepunt in haar bevlogen carrière zegt ze zelf: ‘Aan mijn decaan Meneer Staals vroeg ik benauwd: ‘Wie zijn die oude mannen?’ Ik had nog nooit een boek van ze gelezen en thuis geleerd dat ik niet bij oude vreemde mannen op schoot mocht. Bovendien had ik gehoopt op kaartjes voor de Efteling en toen ik thuis kwam zei mijn moeder: ‘Nou ja zeg, Hollandse zuinigheid weer, hadden ze je dan tenminste niet een dik boek kunnen geven van een bekende schrijver?’

Op haar 13e schreef ze haar eerste deur-aan-deur-gedichten- en verhalenbundel getiteld: ‘Er vliegen vlokjes geluk en/of verdriet door mijn losse raam’ en op haar 16e werd ze genomineerd voor de stadsliteratuurprijs Weert met haar vrolijke treurdicht ‘Javaanse Jongens tranen niet’.

Omdat ze in het voorprogramma van een paar stevige Rock ’n Roll bands gedichten voordroeg en niemand in de zaal luisterde, besloot ze in een Rock ’n Roll band te gaan zingen. Ze shoebidoewapte bij o.a. Rosa King, deed Rainer Maria Rilke meets Scot Gill Heron met Nippy Noya en zong Mercedes Benz als de stroom uitviel met haar Venlose bandje Zeeuws Meisje.

Overdag schreef Nabben haar dagelijkse brood bij elkaar voor overheden, non profit organisaties (ja, ook de foute) en bedrijven. Op haar 21e richt ze ‘Nieuwe Stijl Tekstschrijvers op’ en vindt een gat in de markt voor Esperanto copywriting en Haiku’s.

Turning point: van woord naar beeld: Door een aangename botsing in de bergen van Malaga met regisseur Ruud van Hemert ging ze aan de slag als scenarioschrijver en als set-hulpje op de filmset van Manolete alwaar zij op het strand van el Puerto de Santa Maria nog poogde Adrien Brody te strikken voor een huwelijk. ’s Avonds zong zij met haar buurman smartlappen met het ruisen van de zee op de achtergrond en dat was ook best romantisch.

Na vele jaren van omzwervingen inclusief een 6 jaar durende mislukte, maar erg leerzame en gezonde sabbatical als kluizenarende zen-boerin bij een berggehucht waar iedereen dood ging of wegvluchtte, trok zij met een omtrekkende beweging via Cuba terug naar Venlo. De stad die in haar bloed stroomt en uit alle exotische plekken ter aarde toch haar favoriet is gebleven.

Tanja Nabben is een verhalenfabriek. Multitasking fly on the wall, een muurbloem van het schreeuwerige soort. Ze blogt, filmt en maakt kunst. In haar blog zit net zo weinig structuur als in haar levenswandel: van ontmoetingen met vreemde figuren tot reistips voor de alleenstaande vrouw, de doden, internetdating en gewoon, het leven. Ze schuwt geen tederheid of laagdrempelig gefilosofeer en trekt de lezer lachend mee naar haar favoriete schurende randjes der mensheid. Of gewoon naar een ongezellige tent met TL balken aan het plafond. Momenteel werkt ze aan een ‘reisgids naar plaatsen waar je nog niet dood gevonden wil worden’: de kurkdroge Fifty Shades voor kniesoren en dwalenden.

Een greep uit haar dingen:

Bloggend: Hier dus. Genomineerd voor de Blogparel 2011

Filmend: Droomwijk (2008): Genomineerd Fritschy Stads Cultuurprijs & Award SlowFilmFest Hongarije (2010)

Kost: (2010): Menu 2010 reizend kunstfestival.

Encarnación / Vleeswording (2013) Castell Award Filmfestival Barcelona 2013

FoodFilmFestival 2013 Amsterdam

Kunstend / Expo’s: De eetmonologen 2010; Bikke!; 2012; mEATing Udenhout 2013; Join In 2014; Bevrijd?! 2015 (1 maart) Museum van Bommel van Dam Venlo.

Herinneringen maken doe je zo – zusje

10958726_499563703515910_7122651598902611824_n (1)foto: Ge Steijn

Soms komen er herinneringen binnen die niet eens de mijne zijn. Ik herinner me mijn familie bijvoorbeeld soms middels foto’s uit een tijd waar ik niet eens geboren was. Hoe dat kan, geen idee, maar de hersenen zijn een creatief zooitje mysterie als het gaat om het ‘produceren’ van herinneringen aan je jeugd.

Vandaag is de sterfdag van mijn zusje Astrid. Dan regent het herinneringen. Haar jongste dochter Joan heeft haar lach en vanochtend zat ik dus met een springlevende, babbelende herinnering aan mijn zus in pyjama aan de koffie om 7 uur. Het was voor het eerst in vijf jaar dat ik kon herinneren met een lach.

Traantje kwam later toen ik tijdens de lunchpauze deze prachtige foto van een oom toegestuurd kreeg. Wat was ze een mooi kind vroeger!

Ik was een jaar of zeven en herinner me eigenlijk amper wat van die zomer. Behalve de rit naar Zuid Limburg over de Napoleonsbaan. De geur van zonnebrandolie, de geluiden van de zomer, opspattend water, met z’n allen buiten eten, in slaap dommelen op de achterbank van de auto terwijl iedereen al sliep.

Mijn zus zoals op deze foto, komt niet eens voor in herinneringen uit die tijd, hoe hard ik ook m’n best doe.

Maar kijk ik echt goed naar die eigenwijze blik, dan ‘herinner’ ik alles weer. Niet vanuit mijn haperende jeugdgeheugen, maar vanuit mijn bloed.

Mijn neef Jan, een familielid dat ik nog niet eens zo heel lang geleden beter leerde kennen, stuurde mij vandaag een paar prachtige foto’s gemaakt door zijn vader. Alweer beelden van een tijd waarin ik nog niet eens bestond. En toch werd ik meteen in die warme rommelige huiskamer geslingerd, rook de caballero’s zonder filter en zat als nog ongeborene in een hoekje erbij en keek ernaar, genietend van de rotherrie.

En wat waren ze leuk vroeger – vooral in zwart wit. Ik ga er ongegeneerd goud van spinnen. Want ook dat mag met herinneringen die niet eens de jouwe zijn.

fotografie: Sef Dael

IMG_20150127_0056

IMG_20150127_0058IMG_20150127_0059  IMG_20150127_0063 IMG_20150127_0064