Cut

editing

Vroeger, als ik een dag flink gerolschaatst had en ik trok daarna mijn normale schoenen weer aan, ging ik steevast op mijn bek. Je hersenen wilden nog vaart maken, maar je benen begrepen dat nog niet.

Alhoewel ik gelukkig veel afwisseling in mijn vak ken – slaan bij het monteren van video de repeterende bewegingen minstens zo sterk in mijn systeem dan vroeger bij het rolschaatsen.

Omdat montages vaak best lange en eenzame ritten zijn, hanteer ik een streng regime van elke 6 uur CO2 tanken, veel bananen eten, beetje bewegen en af en toe een echt levend mens hallo zeggen.

Maar mijn benen rolschaatsen nog omdat mijn hersenen de normale loop van het leven nog niet aan mijn voeten gecommuniceerd hebben.

Eenmaal buiten begin ik de wereld meteen in stukjes te knippen. ‘’Mooi die gele auto van links naar rechts door het beeld met die donkere herfstwolken en licht groene lentebladeren.’’ Ik bedenk een Braziliaans muziekje op het ritme van de piepende fiets van de student die voor me rijdt, leg een lekker lente-achtig kleurfiltertje over de loodgrijze regenluchten. Ook de twee mollige vis-broers op de Tongersestraat staan er weer mooi bij in Zeemanblauw en smoezelig wit vandaag. Hun glimmende gezichten uitgelicht in het blauw van de lichtbak en op het zilver van de duizenden sardientjes in ijs zou een prachtige titelanimatie passen. Een Lasse Halströmpje.

Alles is een scene, een fragment. Ik laveer tussen de ruis van audiosporen, kleuren en halve dialogen – en doe de boodschappen voor het avondeten. Alle vervelende scenes, mensen en geluiden filter ik er lekker uit, nu mijn hersenen dat nog toelaten.

Want soms is de echte wereld net niet de film waarin ik wil ‘rolschaatsen’. Dus ik erase alle Trump-en Erdogan-krantenkoppen, de buurman met zijn flexzaag-, de roddelende collega-, de meneer die een bejaarde bijna van haar looprek reed vanochtend.

En ik maak freeze frames van alles wat glimlacht, bloeit en in maximaal 60 frames per seconde is te verhapstukken.

Cut – rewind – pan en zoom (out) – erase – no (light) filter – fade in – renderen.. en nu een kopje koffie en dan weer lekker mijn rolschaatsen aan.

De krolse kat en de blauwe staafdiagram

De voorzitter van de werkgroep preekt over het ‘verdienmodel’. Ik heb het verhaal al 100 keer gehoord; iedereen preekt het in deze tijden van crisis en papegaaicultuur.  Mijn blik dwaalt af naar het raam van de vergadervilla; een venster vol lentegroen, blauwe luchten, vijf dikke auto’s en mijn fiets.  Er is duidelijk iets mis met mijn eigen verdienmodel. Het dak van de voorzitters Porsche Cayenne mag wel eens geboend worden, er zit vogelpoep op. Een krolse kat schreeuwt als een dame in nood, ergens vlak onder het raam, terwijl de voorzitter dreigt met nog een powerpoint vol staafdiagrammen en wenstaarten. De krolse kat zwijgt en even later zie ik haar kopjes geven tegen de sokkel van het bronzen kunstwerk op het grasveldje. Het is een beeld van een vogel die wegvliegen wil, maar dat waarschijnlijk niet kan omdat hij nu eenmaal van brons is.
Dat brengt me weer terug naar de vergadertafel, waar men inmiddels een tweede rondje koffie doet en babbelt over de staafdiagram. Onze staaf is blauw en stijgt boven wel zes groene en rode staafjes uit. Ik mis alleen nog de wolken en een stel Teletubbies.  De voorzitter en tevens bedenker van de wenstaarten en hoopstaafdiagrammen zit te glunderen. Hij is tevreden met de reactie van de overige vergaderleden: Niemand reageert. Ik neem een derde kop koffie en bedenk er een sigaret en een scheut bruine rum bij.
Na agendapunt 28 is het mijn beurt om te presenteren. Ik gooi mijn Prezi-presentatie terug in mijn tas en besluit het op een andere boeg te gooien. Ik vertel over de vogel die niet vliegen kon omdat hij van het verkeerde materiaal was gemaakt. Het verdienmodel van een vogel is nu eenmaal bepaald door het materiaal van zijn vleugels. De voorzitter kijkt me aan of ik gek ben geworden en vraagt ongeduldig waar ik naartoe wil. Ik zeg: “Ik wil wel graag hoog vliegen, maar zolang mijn vleugels de vorm hebben van een blauw staafdiagram, gaat dat niet lukken..”
Ik glunder. Niemand reageert.  Al snel zijn we bij punt 30. Punt 29 kan worden verschoven naar de volgende vergadering. Het werkt ook nog eens versnellend, zo’n filosofische presentatie. Ik denk: Bingo-tjakka en ik fiets op vleugels naar huis in de eerste versnelling.
Om een lang verhaal kort te houden, ik ben de dag na deze vergadering ontslagen. Per mail. Niet eens per luchtpost of zo. Mijn vervanger kan niet vliegen. Maar wel hard rennen en kakelen. Hij is een dikke kip in een mooi pak die gouden eieren belooft te leggen op commando.  
Niet mijn type vogel.
Het verdienmodel van creatieve communicatie zit ‘m dus niet meer in de vliegkracht, maar in de tamheid van de soort. Ik vlieg liever. Kip, struisvogel of papagaai kan ik altijd nog worden als ik oud en moe ben van het vliegen.
Waar een schreeuw van een krolse kat al niet toe kan leiden..