Karlsson vliegt weer! (uit het boek van Blas)

Zijn  huis was net een smoezelig sprookjesboek. Van het bijna griezelige Victoriaanse soort. Hij was niet zo gewend aan bezoek en verontschuldigde zich voor de rommel. Ik voelde me een klein kind, in de val gelokt door een lied en toen verdwaald in de grot van een gekke professor. Het had een reden dat ik hier was. We hadden elkaar enkele weken geleden gevonden in onze gedeelde liefde voor dakwoningen en oude bluesopnames en ik had hem mijn best bewaarde geheim laten zien: Mijn dakhuisje van het Caballero-paleis,  waar ik sinds kort woonde.
Juan had als bijnaam ‘in Casus’;  een combinatie van zijn achternaam en zijn nogal dramatische stijl om het universum recht te discussiëren in onbegrijpelijke denkpatronen en woordenbrei waarin hij alleen het woord ‘en caso’ (in casus) consequent gebruikte. Het lag niet aan mijn gebrekkige discussie-Spaans, want ook Julio de Blinde snapte er niks van en die had de beste oren en de meeste hersens na Juan. Juan was Hoogleraar op de Universiteit van Sevilla in wiskunde en architectuur. ’s Avonds was hij gezellig ‘een van ons’, de rozebrillen-bende, of hij trok zich terug in zijn geheime daknest, zoals hij z’n huis noemde. Aan mij de eer om als eerste zijn nest te betreden.
Via smalle looppaadjes tussen manshoge stapels boeken, schilderijen en oude koperen leeslampjes met her en der een stoel liepen we van kamer naar kamer, tot we een open patio bereikten aan de achterkant van het huis. Een grote, antieke wenteltrap krulde zich langs de muur van de patio omhoog in de blauwe hemel. De patio was vreemd genoeg sneeuwwit gekalkt en leeg. Na de klim – nog half verblind – stonden we op een plat dak waar geen deur was, maar wel een vreemd hokkig gebouwtje met twee ramen. Behendig –voor een oude man – klom Juan naar binnen en strekte zijn hand uit het zwarte raam-gat om mij naar binnen te helpen. ‘Dit is mijn huis, welkom.’ Grijnsde hij  Juan en wees naar de binnentrap die vol was gestapeld met boeken en papier. Ik ben bij een senior collega-Karlsson-op-het-dak beland.
De huiskamer, tevens slaapkamer, studeerkamer en eetkamer, was rommelig en gezellig. Een soort sjiekenboudoir met kussens en rode muren, elegante houten lambriseringen met Moorse patronen, kamerschermen, tapijten en velours gordijnen die het geluid lekker dempten tot wat geluid moest zijn. Juans wereld verbaasde me. Zijn horkerige arrogantie tijdens de discussies in Bar Luna die hij altijd won, zijn woeste vastberadenheid, ongeacht zijn graad van dronkenschap, paste niet bij dit gekke rode nest. ‘Het omarmt je, of het stoot je af – rood.’ Mompelde Juan. Ik besloot me te laten omarmen vandaag.
We luisterden tot vroeg in de ochtend muziek en borduurden sterke verhalen aan liedjes, gedichten en stiltes. We waren dakvrienden voor het leven, al begrepen we heel weinig van elkaar. Het was net als met Blas – we hadden zelden bevredigende gesprekken, maar met niemand kon ik zo kijken naar een boom als met Blas. De oude Juan ‘ de casus’ kon kijken naar een liedje, een verhaal of deze stad, zoals Blas naar een boom.
Onze wegen kruisten elkaar onlangs plots via  het grote gezichtenboek. Hij schreef: ‘De stad slaapt. En ik weet eindelijk wie Astrid Lindgren is.’
Gelukkig, Juan was er nog en kon nog steeds, net als Karlsson, vleugels en maken van herinneringen en liedjes, gedichten en verhalen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s