Drie keer zeezicht

(Voor de Cappetti’s)

El Puerto de Santa Maria
‘’De zee geeft troost, zei Julio de blinde altijd. Hij was geboren en getogen in deze haven tussen de vissers en de zilte wind, dus hij kon het weten. Dwars door de stemmen van toeristen en bouwlieden, karrenwielen en vissersvrouwen, was hier altijd de zee. Exclusief voor iedereen die verlangde naar verte en dromen aan de horizon. Niemand kon de zee zo mooi beschrijven in een lied dan Julio. Daar werden we stil van. Julio was helemaal niet zo blind als hij leek. Wij des te meer, beseften we dan. We sloten onze ogen en luisterden naar Julio en ze zee verderop die in de zachte klanken van Julio’s fandango onze harten overspoelde. ‘’
(Uit ‘het boek van Blas’, Spanje. El Puerto de Santa Maria, 2006)

Cartajima
De zee, die had iets magisch, als je lang in de massieve bergen woonde. De lichtheid der dingen manifesteerden zich alleen aan de kust; het blauwere blauw en geur van zeewier en gegrilde sardientjes; aan de zee leek alles minder zwaar. Misschien kwam het door de grote rotsen om ons heen, de donkere bossen en beken; de morcilla’s en hammen die we aten. Zwaar spul, die bergen. Of door de bergbewoners en hun massieve, zware gemoed en rotsvaste overtuigingen. Op het hoogste uitzichtpunt met de oude pijnbomen, bij bocht 76, 20 minuten voor de afslag naar mijn dorp, stopte ik altijd als ik van de kust af kwam. Hier stokte mijn adem van zoveel schoonheid in één blikveld. De zee, als een kalme donkerblauwe deken vol lichtsterren, zich uitstrekkend tot aan de zachte contouren van Afrika aan de horizon. Aan de andere kant de rotsen, de ravijnen, het massief waar ik van was gaan houden, maar nooit echt was gaan wortelen. Op een dag zou ik richting zee gaan. En met weemoed naar de bergen kijken.
(Uit het boek van Blas. Cartajima, Spanje 2000)

Zeeuwse kust
We dromen weg door de geluiden heen van de laatste zomertoeristen, de bouwlieden en een scheepshoorn van een stalen rode reus uit den vreemde. Een stipje in de verte op het lege strand herinnert me aan Julio; hoofd in de wind, bleke oude voeten in de branding. Tranen van de wind en flarden herinnering. We kijken naar de schepen en fantaseren er verre bestemmingen bij. De laatste zomerbries waait alle zorgen weg. We zoeken schelpen in plaats van woorden en namen in de wolken. Lachend nemen we afscheid van de zomer, hier aan de zorgeloze kust.
Breskens, 2012

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s