Manolo en de buitenlanders (uit Het boek van Blas)

In het begin dacht ik dat bijna alle Andaluciërs xenofoben waren. Maar dat was niet zo, bleek. Ze hadden in de bergen gewoon een hekel aan buitenlanders die deden alsof ze alles wisten.

Manolo verdiende goud geld aan zijn buitenlandse stamgasten, ongeveer de helft van zijn klantenbestand. Maar vriendelijk was hij nooit tegen ze. Waarom zou hij, drinken deden ze toch wel. Zijn knorrige achterdochtige blik en zijn weigering om ook maar 1 woord Engels te proberen, deden wonderen. De buitenlanders waren zo mak als lammetjes in Manolo’s kroeg. Niemand durfde met Manolo te discussieren en dat hield hij graag zo. Op momenten waar hij een zwak vertoonde voor een zeldzame knappe buitenlandse dame, was daar Encarni, zijn vrouw. En Belen, zijn moeder. Hun vernietigende blikken vanuit de half open keuken deden alle feromonen meteen de das om. Manolo was op z’n best en veiligst als hij gewoon boos keek.

’Ik heb liever 10 dronken Britten die de zaak kort en klein slaan, dan 1 Nederlander die zijn reisgids op de bar legt, een kopje thee bestelt om 9 uur ’s avonds en me dan tot sluitingstijd uit gaat leggen hoe het ook al weer zat in de tijd van Franco.’

Zo was Manolo. En daar deed je niks aan.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s